
Ik kan niet slapen als ik denken moet dat ik niet denken moet.
(Dat ik steeds denken moet)
De nacht loopt nu al over van verlangen
en ik weet niet waar te keren
als het donker wordt, kan je me komen vangen.
Zacht wordt mijn keel dichtgeschroefd waar jij mij
ik jou
passeer, we blijven gestaag verderlopen.
De kamer weet niet meer waar haar hoeken liggen
en ik zal altijd op meer blijven hopen.
Als het niet meer donker wordt en wij dus zien,
alles naakt als deze gestripte muren
komen wij van lust ontdaan, samen, nadien.