
Ze zeggen wel eens dat je het weet
als het daar is.
Ik zag nog wat verleden
en donkere schemer.
Mijlenver gelopen, maar
het was niet meer dan
kijken en luisteren.
Niet weten wat willen.
Nachtenlang de angst uit je lijf rillen.
En longen kapot willen roepen,
maar zacht fluisteren.
Ik wist het niet.
Je zag me kijken en draaide weg
van zielig om hulp kijkend,
je schreeuwt afwijkend.
Dat ik de vierde in rij ben
minstens een jaar,
maar wachten is heerlijk,
voor mij, veel meer dan leven,
zonder jou en
enig gevaar.