
We praten en we praten niet.
Soms wil je, eender waar.
En we zeggen zoveel.
We zeggen eender wat.
Maar wij.
Dat is echt en schoon.
Dat gebeurt op een plek, een oord.
Van de allerschoonste soort.
We drinken en we kussen niet.
We voelen nog lust doorheen ons verdriet.
We kunnen en we kunnen niet.
En je hebt gelijk. Altijd.
En spijt, dat ook.
Je wacht stil tot je vrij bent,
maar alles op zijn tijd.
We proberen en we falen niet.
We begeren en we stralen niet.
We verleren en we malen niet.
We kalmeren en halen het niet.
We negeren en hopen dat niemand het ziet.
We vergeten ons verdriet.