
De regen blijft stil tegen ons aan
slaan.
Doorweekt, natte honden, rubberlaarzen.
Ik verwijt je niets,
wat jij niet ziet, is
wat ik niet mag verlangen.
Maar ik ben, altijd,
bang.
Dat wat ik wil, en jij blijft stil,
teveel wordt om te dragen.
"Wat een miezerige orkaan."
En wij blijven achteruitgaan.