
Jij hebt je losgemaakt van wat wel duizend jaren
en dagen leken.
Ons.
Je hield het verborgen, tot morgen
die nooit kwam.
Knopen had je gemaakt enkel om ze te ontwarren
doorhakken
mijn gedachten leken daarmee akkoord te gaan.
Ik luisterde nog zelden en hoorde wat het was dat geluk
in de weg stond.
Wat je lawaai noemt en wanorde en
ik sluit mijn ogen en de wereld valt neer.
Op mij
vannacht.